De plattegrond van Delft, ontstaan in een veenontginningslandschap, is bepaald door de afvoer van water. Een gedolven waterloop, Oude Delft genaamd (vroeger: de Delf) maakt de verbinding tussen de Vliet en de Schie. Bijna loodrecht daarop liggen de evenwijdig lopende kavelsloten. Het vroege belang van Delft te midden van de Hollandse steden blijkt in de Gouden Eeuw uit haar derde plaats in de rij van stemhebbende
steden. De stad was met haar militaire magazijnen en werkplaatsen een ware wapenplaats. Dankzij het ‘eigen’ Delfshaven was Delft ook vertegenwoordigd in de colleges van de Admiraliteit van de Maeze en de Grote Visserij.

De opbloei was in de veertiende eeuw begonnen met de bier- en de textielproductie. In de vijftiende eeuw werd Delft vooral een echte ‘bierstad’, maar het brouwen op zijn beurt begon in belang af te nemen toen het fameuze ‘Delfts blauw’ opkwam. In de negentiende eeuw werd Delft een echte fabrieksstad. En ook de komst van een nieuwe nationale ingenieursopleiding zou verstrekkende gevolgen hebben. Na 1945 groeiden bevolking, industrie en Technische Universiteit explosief, wat vroeg om grote gebiedsuitbreidingen. Al deze ontwikkelingen, van veenontginning en eerste stedelijke opbloei tot heden, worden zichtbaar gemaakt in het in deze atlas bijeengebrachte en toegelichte kaarten ander beeldmateriaal.

ca. 80 p. | gebonden | 25 x 33 cm rijk geïllustreerd in kleur vormgeving Jan Boerman † introductieprijs €24,50, daarna €29,50 | november